Oppassen voor blessures na lange coronabreak

Blessures liggen na lange coronabreak ook in het amateurvoetbal op de loer

Door de coronaperiode zijn veel voetballers lang inactief geweest. Dat heeft gevolgen voor het lichaam. Hoe kunnen verzorgers helpen om een blessuregolf te voorkomen? Cijfers liegen niet en in de Bundesliga houden ze alles bij. De profcompetitie van onze oosterburen hervatte het seizoen na de coronacrisis van afgelopen voorjaar nog wél in tegenstelling tot de eredivisie. En dus verschenen de spelers van Bayern München, Borussia Dortmund en al die andere clubs in mei weer aan de aftrap. Het gevolg: veel blessures. Want tussen de eerste goede training met contactmomenten tussen de spelers en de eerste wedstrijd zat maar een heel kort tijdsbestek. De bekende inspanningsfysioloog Raymond Verheijen had zijn telraam er al bij gepakt en dr. Joel Mason rapporteerde in zijn blog: ‘De bewegingswetenschapper in Duitsland ziet het aantal blessures per wedstrijd in het eerste speelweekeinde direct omhoogschieten.’

Data

“Niet gek”, vindt ook Willem-Paul Wiertz. Hij is bewegingswetenschapper bij Kenniscentrum Sport & Bewegen en bestudeerde de cijfers van de Bundesliga nauwkeurig. “Al in de eerste twee speelrondes lag het gemiddelde aantal blessures per wedstrijd drie keer hoger dan normaal. Dat is aanzienlijk als je het mij vraagt. Het ging daarna weer iets naar beneden om later weer twee keer zo hoog als de normale situatie te zijn.” Het blog dat Joel bijhoudt, vindt de Nederlandse bewegingswetenschapper interessant. “Data worden steeds belangrijker in de profsport en uit die data is veel interessante informatie te halen. Ook als het gaat om blessureherkenning bijvoorbeeld.”

Willem-Paul weet wel hoe het komt dat er in de Bundesliga een explosie was van blessuregevallen. “Profclubs bereiden zich doorgaans goed en uitgebreid voor op het seizoen. Nu was die voorbereiding kort en ook minder goed omdat er pas laat contact mogelijk was tussen de spelers. Spelers konden in de lockdown dan wel zelf hardlopen, maar dat staat in geen verhouding tot echte wedstrijdbelasting. Voetbal is accelereren, wenden, keren en draaien. En daarbij nog fysieke duels en onverwachte bewegingen.”

“Als je een hele tijd niks hebt gedaan, gaat het lichaam in de stand-bystand. Dat moet je weer opbouwen”

Raymond Meijer

Piekmomenten

“Als je uit een periode van inactiviteit komt, merk je pas dat voetbal toch wel een andere sport is”, zegt ook Raymond Meijer, die fysiotherapeut is bij de KNVB en in de ‘opstartweken’ van een seizoen vaak spelers met spierblessures helpt herstellen. “In een normaal seizoen zijn er verschillende piekmomenten. De overbelasting blessures zijn meer aanwezig in de voorbereiding van het seizoen. Voor de voorste kruisbandblessures is dat in oktober en vanaf maart richting het einde van het seizoen. De hamstringblessures en andere traumatische blessures vinden meer gedurende het seizoen plaats en volgen bijna een gelijke tred met de voorste kruisbandblessures.”

Sowieso geldt: heb je als speler maar twee weken om de groepstraining te hervatten voor de eerste wedstrijd, dan gaat het vaak mis. “Fysiologisch en anatomisch ben je dan onderbelast”, zegt Raymond. En ook neuromusculair is dat het geval. Het brein moet ook weer wennen aan de snelheden van het spel en het wenden of keren. Het moet situaties weer opnieuw inschatten. “Als je een hele tijd niks hebt gedaan, gaat het lichaam in de stand-bystand. Dat moet je weer opbouwen en dat is anders dan alleen maar rondjes lopen.”

Volgens Raymond zouden spelers in de eerste week oefeningen af kunnen werken met gemiddelde intensiteit. “Pass- en trapvormen bijvoorbeeld met tussen de spelers grote afstanden. Op die manier ben je wel constant in beweging op submaximale intensiteit. In week twee kan je kijken of je dat moet handhaven of dat er geschakeld kan worden naar een hogere intensiteit. De pass -en trapvorm kan dan korter gemaakt worden. In week drie kan je dan op maximale intensiteit trainen. Vervolgens volgen in week vier vaak de eerste oefenwedstrijden. In het begin van de trainingsweken zal het zo zijn dat de voetballers nog heel bewust met hun lichaam bezig zijn. Uiteindelijk ga je van bewust naar onbewust. De volgende stap is het leveren van een bepaalde prestatie terwijl je vermoeid bent.”

Sowieso geldt: heb je als speler maar twee weken om de groepstraining te hervatten voor de eerste wedstrijd, dan gaat het vaak mis. “Fysiologisch en anatomisch ben je dan onderbelast”, zegt Raymond. En ook neuromusculair is dat het geval. Het brein moet ook weer wennen aan de snelheden van het spel en het wenden of keren. Het moet situaties weer opnieuw inschatten. “Als je een hele tijd niks hebt gedaan, gaat het lichaam in de stand-bystand. Dat moet je weer opbouwen en dat is anders dan alleen maar rondjes lopen.”

Volgens Raymond zouden spelers in de eerste week oefeningen af kunnen werken met gemiddelde intensiteit. “Pass- en trapvormen bijvoorbeeld met tussen de spelers grote afstanden. Op die manier ben je wel constant in beweging op submaximale intensiteit. In week twee kan je kijken of je dat moet handhaven of dat er geschakeld kan worden naar een hogere intensiteit. De pass -en trapvorm kan dan korter gemaakt worden. In week drie kan je dan op maximale intensiteit trainen. Vervolgens volgen in week vier vaak de eerste oefenwedstrijden. In het begin van de trainingsweken zal het zo zijn dat de voetballers nog heel bewust met hun lichaam bezig zijn. Uiteindelijk ga je van bewust naar onbewust. De volgende stap is het leveren van een bepaalde prestatie terwijl je vermoeid bent.”

De cijfers in de Bundesliga

Dr. Joel Mason is bewegingswetenschapper aan de Friedrich Schiller Universiteit in Jena en rapporteert wekelijks over de blessures in de Duitse Bundesliga. Hij constateerde significant meer blessures na de coronabreak dan ervoor. Met name vlak na de herstart van de competitie schoot het aantal blessures omhoog. Dat waren er namelijk 0,74 per wedstrijd. Dat aantal nam geleidelijk af, naarmate de competitie weer vorderde. Niettemin eindige de Bundesliga met 0,33 blessures per wedstrijd. Dat is hoger dan het gemiddelde van 0,27 blessures per wedstrijd.

“Data worden steeds belangrijker in de profsport en uit die data is veel interessante informatie te halen”

Willem-Paul Wiertz

Wie is Willem-Paul Wiertz

Willem-Paul Wiertz is bewegingswetenschapper en werkzaam bij Kenniscentrum Sport & Bewegen. Hij is daar specialist Topsport. “Ik houd me bezig met het vertalen van wetenschappelijke informatie naar begrijpelijke taal. Wetenschappers doen op allerlei manieren onderzoek en wij proberen een brug te bouwen tussen wetenschappelijk onderzoek en de topsportpraktijk, zodat het zo snel mogelijk kan worden toegepast en er voordeel mee te behalen is. Er wordt veel onderzoek gedaan, maar de vertaling van dat onderzoek naar de praktijk is iets wat wetenschappers in hun vrije tijd moeten doen, terwijl ze daar wel op worden afgerekend. Ik vind het maken van die vertaalslag juist heel leuk.” Naast zijn achtergrond als bewegingswetenschapper heeft Willem-Paul ook een ruime praktijkervaring als sportfysiotherapeut.

Amateurvoetballer

Het lichaam van de Nederlandse amateurvoetballer staat langer stil dan die van de prof. Dat is altijd al zo, omdat de zomerstop langer is. Maar dit jaar is extreem. De laatste wedstrijden zijn immers in maart gespeeld. “De amateurs hebben als voordeel dat de overgang tussen inactiviteit en weer wedstrijden spelen geleidelijker is”, zegt Willem-Paul. In het Nederlandse amateurvoetbal geen Bundesliga-taferelen. “Trainers hebben de kans om de trainingsarbeid rustig op te bouwen.

Het is niet goed om in één keer van geen enkele inspanning naar drie keer in de week te gaan trainen. Voldoende herstel na de inspanning is ook belangrijk. Als je als voetballer merkt dat je zware benen hebt, is het verstandig om met trainen te wachten tot de benen weer goed voelen. Er wordt een beroep gedaan op het gezonde verstand van de sporter, terwijl die eigenlijk zo snel mogelijk weer op het oude niveau wil gaan presteren.” “Pas aan het eind van het seizoen kun je beoordelen welke club het beste is omgegaan met de gevolgen van de coronacrisis”, voegt Raymond toe.

Wie is Raymond Meijer

Raymond Meijer is fysiotherapeut bij de KNVB en het Sportmedisch Centrum. Naast fysiotherapeut is hij ook manueel therapeut en sportfysiotherapeut. “Na mijn studie fysiotherapie die ik in 1996 in Utrecht heb afgerond, ben ik via het inmiddels niet meer bestaande HFC Haarlem de voetbalwereld ingerold. Daarna heb ik de stap naar de KNVB gemaakt. Ik ben begonnen bij het Nederlands elftal voor spelers onder de vijftien jaar. Sinds 2014 ben ik ook betrokken bij het Nederlands elftal. In die hoedanigheid heb ik het WK 2014 in Brazilië meegemaakt. Oranje eindigde toen op de derde plaats.”

“Voetbal is meer dan duurtrainingen”

Raymond Meijer

Discipline

Voetballers kunnen tegenwoordig minutieus gemonitord worden als hij of zij thuis traint. Raymond: “Er zijn allerlei apps en volgprogramma’s om de spelers te monitoren. De speler kan een hartslagmeter meekrijgen om te kijken wat hij of zij thuis doet. Krachtprogramma’s kunnen afgevinkt worden. Uiteindelijk vergt het de nodige discipline van de sporter. Het is niet per definitie verkeerd om duurtrainingen te doen, maar voetbal is meer dan dat. Intervaltrainingen zijn aan te raden. Of een high intensity-training bijvoorbeeld. Dat is goed te doen en het neemt minder tijd in beslag.” Op vakantie hoef je niet stil te zitten. “Dan kan je net zo goed andere sporten beoefenen. Tennissen of mountainbiken. Dat is goed voor het lichaam, want daarmee belast je andere spieren. Als de voorbereiding van het seizoen begint, is het wel fijn als je een basis hebt.”

Verzorgers spelen een grote rol in het voorkomen van blessures. “Training is belangrijk, maar goed herstel ná die training is niet te onderschatten als het gaat om het voorkomen van blessures”, zegt Willem-Paul. “Dan gaat het niet alleen om het tapen van enkels, maar ook om advies aan de sporters. Wat ze eraan kunnen doen om zo fit mogelijk te blijven. Goed drinken, op tijd naar bed gaan. Het totaalpakket is belangrijk om blessures te voorkomen.”

Als fysiotherapeut of masseur hoor en voel je ook het één en ander op de tafel. “Je voelt de spieren van de speler”, zegt Raymond. “Een bepaalde spierspanning is nodig voor de sportactiviteit en die spanning kun je voelen. Spelers moeten ook in bescherming genomen worden. Er is een bepaalde fysieke hardheid nodig voor een inspanning, maar als de sporter erg vermoeid is, kan hij of zij beter een training overslaan of aangepast trainen.”

Vragenlijsten

Peilen is dan ook belangrijk, weet Raymond. Zeker in een seizoen dat anders dan anders van start gaat. “Je kunt voetballers simpele vragenlijsten laten invoeren. Met daarin vragen als: Hoe is het spiergevoel? Hoe zwaar heb je de training ervaren (RPE, rate of perceived exertion). En ook: Hoe is de stijfheid? Heb je goed geslapen? Dat kun je per speler beoordelen, want iedereen is verschillend. Als je weet dat de aanvoerder vorig seizoen veel op de massagetafel heeft gelegen, kun je beslissen om hem hier eerder over te bevragen. Wellicht heeft hij een kortere training nodig. Of meer verzorging erna.”

“Zo’n vragenlijst geeft houvast”, zegt Willem-Paul. “Trainingsarbeid is op verschillende manieren te kwantificeren. Je kunt zowel externe als interne trainingsarbeid meten. Extern gaat om de trainingsprikkel van buitenaf. Interne trainingsarbeid is de reactie van de sporter op de trainingsprikkel. Beide vormen vullen elkaar aan.”

Een belangrijke graadmeter voor veranderingen in trainingsarbeid is de acute to chronic workload ratio (A:CWR). “Dat is de verhouding tussen de huidige trainingsarbeid en de gemiddelde trainingsarbeid over de afgelopen vier weken. Hoe hoger de A:CWR, hoe hoger het risico is op overbelasting.”

“Als je uit een periode van inactiviteit komt, merk je pas dat voetbal toch wel een andere sport is”

Raymond Meijer

Bewuster

Raymond beseft dat een dergelijke secure verzorging wellicht lastig te organiseren is als je maar één verzorger of masseur ter beschikking hebt voor 23 spelers. Maar ook amateursporters worden zich steeds meer bewust van de verzorging van hun lichaam en hoe belangrijk dat is. “In mijn omgeving merk ik dat amateursporters er steeds bewuster mee bezig zijn”, zegt Willem-Paul. “Dat ze graag fit willen zijn en dat ze weten wat de gevolgen zijn van een avond in de kroeg voor de wedstrijd, de volgende morgen. Het heeft ook met leeftijd te maken. Tot een jaar of 35 kun je goed mee in het voetbal. Daarna is het zaak om beter op het lichaam te letten. Aan de andere kant kennen voetballers op leeftijd hun lichaam ook beter. Dan is het spelinzicht ook beter en weten ze met minder belasting hetzelfde doel te bereiken.”

“Goed drinken, op tijd naar bed gaan. Het totaalpakket is belangrijk om blessures te voorkomen”

Willem-Paul Wiertz